|
Algemene beschouwingen bij de perspectiefnota 2004 28 juni 2004 |
|
Politiek transparant Bij verkiezingen presenteren politieke partijen hun standpunten en hun keuzes. Het woord verkiezingen impliceert dat de burger een keuze gaat maken voor één van die politieke partijen. Die keuze kan gebaseerd zijn op het verkiezingsprogramma van die partij, maar kan evengoed gestuurd worden door emotionele aspecten, vertrouwen in of uitstraling van de kandidaten. Tenzij een partij de absolute meerderheid zou behalen, is er altijd sprake van een compromis, waarbij twee of meer partijen elkaar vinden in een coalitie. Daarbij worden binnen de kaders van realiteit en financiële haalbaarheid prioriteiten gesteld. Zo ontstond in het monistische systeem het coalitieprogramma, waarna de oppositie in de gelegenheid werd gesteld gedurende de raadsbehandeling via amendementen en moties een eigen accent toe te voegen. Eindproduct was het meerjarig beleidsprogramma voor de zittingsperiode van het college. Jaarlijks werden in het perspectief van de financiële ruimte nieuwe prioriteiten gesteld bij de behandeling van de jaarlijkse begroting, waarbij de raad een kaderstellende en controlerende functie had. De wethouders waren lid van de raad en zorgden er voor, dat zij voortdurend de politieke keuzes, kaders en prioriteiten van hun partij in het college en het gemeentelijk apparaat bewaakten. Zij vormden als het ware een fulltime uitvoerend en toezichthoudend college, met een intrinsieke commitment naar hun partij. De parttime raadsleden hielden door de korte communicatielijnen de vinger aan de pols en konden behalve voor hun kaderstellende en controlerende functie ook gemakkelijk aandacht vragen voor de kleinere problemen, die onder de inwoners leefden. Welke factoren waren aanwezig in het monistische systeem? Herkenbaarheid van verschillende keuzes in politieke partijen? Ja! Een duidelijke beleidslijn en resultaat gericht? Ja! Ruime mogelijkheden voor contact met de burger? Ja! Politiek transparant? Ja!
Dualisme en bestuurskosten Afhankelijk van de eigen keuze en inzet van een politieke partij was er helemaal geen reden om over te gaan naar het dualistische systeem, met als doel de politiek dichter bij de burger te brengen. De politiek staat zo dicht bij de burger als zijzelf wil en de burger staat zo dicht bij de politiek als hijzelf wil. Ook dat is een kwestie van keuzes. De afrekening volgt na de verkiezingen. Nu zitten we opgescheept met het dualistische systeem, dat met gejuich door de bureaucraten zal zijn ontvangen. Van de doelstelling van het structureel dichter tot elkaar brengen van de politiek en de burger hebben wij nog niet veel kunnen waarnemen. Al meer dan twee jaar zijn de raad en het ambtelijk apparaat met zichzelf bezig en worstelen zij zich door het dualistische moeras van stapels nota’s, beschouwingen, tussenevaluaties, implementaties, procedures en stappenplannen en houden raadsleden zich zelfs bezig met debatteertrainingen, om uiteindelijk te moeten constateren, dat de publieke tribune grotendeels leeg blijft. Kostbare arbeidsuren, uitbreiding van personele formatie, materiële en financiële voorzieningen drukken nu en in de toekomst zwaar op het gemeentelijk budget. De compensatie door het Rijk van de kosten die de gemeenten maken voor de hele dualiseringsoperatie blijft volgens het VNG achter bij de toezeggingen. De ervaring leert ons, dat het Rijk meestal geen volledige compensatie biedt. Al te vaak is er bij decentraliseringsoperaties sprake van z.g. efficiencykortingen, waardoor de gemeente wordt opgezadeld met een taakverzwaring en een financieringsprobleem. Voeg daarbij de overige financiële perspectieven en we kunnen met het college concluderen dat de rek er uit is. BINT vindt dat ook de raad een steentje moet bijdragen en vraagt de raad voorlopig af te zien van de toekomstige fractieondersteuning. Wij vragen het college te kijken naar de groei van het ambtelijk apparaat over de afgelopen jaren en te bezien of bij bepaalde diensten een personeelsstop wenselijk of mogelijk is. Verder vragen wij het college voltallig aanwezig te zijn bij belangrijke vergaderingen als die over de perspectiefnota of de begroting en vakanties voortaan te plannen in de maanden van reces. Tijd voor keuzes De “kaasschaafmethode” heeft zijn tijd gehad. Het college geeft aan, dat er nu gerichte keuzes moeten worden gemaakt. Het benchmarkonderzoek van Bureau Berenschot zal ongetwijfeld ook nu weer in het middelpunt van de belangstelling staan. Daarin werd aangegeven dat het voorzieningenniveau van Oud-Beijerland hoog is en op sommige punten te vergelijken met grotere tot veel grotere gemeenten. In feite betekent het dat Oud-Beijerland een te grote broek aan heeft en de broekriem stevig moet worden aangehaald. De keuzes bestaan uit: a. een investeringsstop b. het drastisch of totaal schrappen in/van bepaalde voorzieningen, c. het verhogen van tarieven en belastingen en/of d. het interen op de reserves. Onderwijs, sport en recreatie Oud-Beijerland geeft ruim meer uit aan bijvoorbeeld onderwijs en sport dan vergelijkbare gemeenten. Dit zijn belangrijke gebieden, want zij raken de kern van de samenleving. Al bij de vorige perspectiefnota is duidelijk gemaakt, dat er niet nog meer kan worden geïnvesteerd in sport. Die investeringsstop moet blijvend worden gehandhaafd. BINT pleit ervoor dat voorzieningen voor sport en recreatie optimaal en efficiënt moeten worden gebruikt, waarbij het mogelijk is, dat verschillende verenigingen gebruik maken van dezelfde accommodatie. Mutaties in groei en afname van ledenaantallen kunnen op die manier worden opgevangen. Er ligt een schone taak voor de sportverenigingen om dat in onderling overleg te regelen. Misschien komen zij nog eens tot elkaar in een sportoverlegorgaan. Misschien is een nieuwe prikkeling noodzakelijk. Onderwijsorganisaties en scholen manifesteren zich soms zoals in het kinderboek “Rupsje nooit genoeg”. Met veel misbaar en ongenuanceerd wordt er geroepen, dat Oud-Beijerland niet genoeg over heeft voor het onderwijs. Niets is minder waar! Zelfs de kwaliteit van het onderwijs wordt door de scholen in de discussie betrokken, waar het toch voornamelijk de leerkrachten zijn, die de kwaliteit moeten waarborgen. Oud-Beijerland geeft ruim twee miljoen euro meer uit aan onderwijs en onderwijsvoorzieningen dan vergelijkbare gemeenten. Bij de onvermijdelijke herschikkingsoperaties van de onderwijshuisvesting voor het basisonderwijs van de afgelopen jaren is op aandrang van de scholen door de raad uiteindelijk gekozen voor de duurdere variant. Scholen die recht hadden op uitbreiding van lokalen kregen het normbedrag uitgekeerd, waar de gemeente ook had kunnen volstaan met betaling van de werkelijke bouwkosten. Uit dat ruime normbedrag konden vervolgens allerlei onderwijskundige vernieuwingen worden betaald. In veel gemeenten worden eerst goedkope noodlokalen geplaatst die vaak jarenlang blijven staan. Pas wanneer dan blijkt dat de groei van het leerlingenaantal over meerdere jaren structureel is, wordt overgegaan tot de bouw van permanente lokalen. Oud-Beijerland heeft die stap versneld genomen en is daarmee het onderwijs tegemoet gekomen. De herschikkingsoperaties van de onderwijs-huisvesting voor het basisonderwijs zijn nu grotendeels voltooid en de bepalingen in huisvestingsverordening moeten worden nageleefd, waarin staat dat elders leegstaande lokalen moeten worden benut. Het zou de besturen van de scholen sieren hiervan melding te maken naar de ouders. Oud-Beijerland heeft de laatste jaren tevergeefs aangeklopt bij de overige gemeenten in de Hoeksche Waard voor een bijdrage in de kosten voor het onderwijs. Zo’n 60 procent van de leerlingen van de beide scholengemeenschappen voor het voortgezet onderwijs komt van buiten Oud-Beijerland. Daar kunnen nog eens vier basisscholen met een regiofunctie aan worden toegevoegd. Tot nu toe zijn ook alle pogingen bij het rijk om als centrumgemeente te worden erkend vruchteloos gebleken, waardoor geen extra bijdrage uit het gemeentefonds is te verwachten. De kosten van uitbreiding van de CSG Willem van Oranje zijn door de gemeente Oud-Beijerland niet alleen te dragen. Van de overige gemeenten in de Hoeksche Waard en even daarbuiten wordt iets meer verwacht dan alleen een vermelding als agendapunt. Overigens kan de vraag bij de scholengemeenschappen en de ouders van de leerlingen worden neergelegd wat zij nog een acceptabele grootte qua leerlingenaantallen vinden en wanneer een tweede locatie, dichter bij de leerlingen en elders in de Hoeksche Waard, gewenst is. De raad heeft de keuzevrijheid te beslissen over verdere investeringen in onderwijskundige vernieuwingen. BINT benadrukt de financiële ruimte, die scholen al hebben gekregen bij de toekenning van de normbedragen voor huisvesting en wijst nogmaals op de hoge investeringen in het onderwijs in het algemeen. Wij volgen daarom de lijn die door het college is uitgezet. Anders ligt dat bij het hoognodige onderhoud van sommige schoolgebouwen. Het is buiten proporties wanneer er scholen zijn die hameren op geld voor onderwijs-kundige vernieuwingen, terwijl een stukje verderop de leerlingen van een andere school tijdens een regenbui tussen de emmertjes vanwege een lekkend dak moeten doorlopen. Wij vragen daarom de wethouder dit probleem met de grootste spoed en voorrang aan te pakken. Een motie hiertoe zal worden ingediend. De zes gemeenten hebben een contract gesloten met een taxibedrijf betreffende het leerlingenvervoer, waarbij desondanks een stijging van de kosten is te zien. Wij vragen het college deze kostenontwikkeling in de hand te houden of liever te beperken, door het zoveel mogelijk hanteren van centrale opstapplaatsen. Voor cultuureducatie wordt gelukkig nog subsidie verstrekt aan de basisscholen. Het college geeft al aan dat na het schooljaar 2005-2006 hier geen geld meer voor is. Wij willen nu al aangeven dat wij ervan uitgaan dat voor dit onderwerp toch nog budget gevonden kan worden. Na het ongelukkige afblazen van het OMKI-project in ZHZ zijn wij blij dat het college zelf een pilotproject aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt heeft opgezet. Kan het college aangeven of hiervoor ook subsidie beschikbaar is, waardoor het project kan worden voortgezet en eventueel uitgebreid? Door de provincie Zuid-Holland wordt een subsidie verstrekt voor de aanleg van een “kiss-and-ride” strook bij de basisschool aan de Hortensiastraat. In hoeverre is het mogelijk deze subsidie gedeeltelijk aan te wenden voor eenvoudige aanpassingen, zoals het plaatsen van paaltjes bij meer basisscholen om het parkeren van auto’s voor de scholen tegen te gaan en de veiligheid van de kinderen te bevorderen? Verkeer De gemeentelijke kosten van de omleiding van de Stougjesdijk kennen een hoge onzekerheidsmarge van liefst 50%, waardoor de raming kan oplopen van € 1,7 miljoen naar € 2,5 miljoen. De omleiding is als afsluitend deel van de rondweg rond Oud-Beijerland een logische ontwikkeling, maar niet als vitaal deel van de ontsluiting naar de A29, waar wel op wordt ingezet. Wij vinden nog steeds dat de provincie een verkeerde en bovenal kostbare keus heeft gemaakt met de aanleg van een busbaan langs de N217 bij de ontsluiting van Oud-Beijerland. Wij vermoeden dat het provinciale besluit om niet over te gaan tot de veel goedkopere zuidelijker ontsluiting alles te maken heeft met de door de provincie uitgesproken wens om de aanleg van de A4-Zuid te bespoedigen. Een extra aansluiting op de A29 zou met de A4-Zuid inclusief afslag overbodig worden. Verbaasd zijn wij over de bijdrage van Oud-Beijerland aan het regionaal fietsplan, waar route 21E als schoolroute dienst doet. Opnieuw willen wij benadrukken, dat een bijdrage niet wordt afgewezen, maar dat er wel sprake moet zijn gezamenlijkheid en dat die gezamenlijkheid dan ook moet gelden voor de onderwijskosten. De provincie heeft een bijdrage toegezegd om in het kader van het ISV budget “Sprong naar het Spui” een fietsbrug te realiseren over de haveningang. Wij hebben begrepen dat de totale kosten van de fietsroute € 3,4 miljoen bedragen en de subsidie € 1,3 miljoen. Betekent dat dan dat er een gat zit van € 2,1 miljoen dat uit eigen middelen betaald moet worden? Kan het college hierover wat duidelijkheid geven? Indien een fietsbrug over de haven bij het project is inbegrepen, vraagt BINT het college daarvan af te zien en de fietsroute juist door het centrum van het dorp te laten lopen. We hebben het hier immers over een recreatieve fietsroute en die hoeft niet de kortste weg te kiezen. Bijkomend voordeel is dat recreanten dan ook het dorp aandoen en niet links laten liggen. De afgelopen jaren heeft BINT met het tot stand komen van het Verkeers Circulatie Model voortdurend gepleit voor het daadwerkelijk doorstromen en circuleren van het verkeer, waarbij de verkeersdruk zoveel mogelijk moest worden verdeeld. Met nadruk wijzen wij er nogmaals op dat wij niet akkoord gaan met afsluitingen van wegen of proeven daartoe, met uitzondering voor onderhoudswerkzaamheden. Wij kunnen akkoord gaan met de verhoging van de parkeertarieven, indien duidelijk kan worden gemaakt, dat de gelden ten goede komen aan het parkeren en daarmee verband houdende voorzieningen. Misschien dat de tekst van het parkeerfonds op deze wijze moet worden aangepast. Wij pleiten ervoor het vrij parkeren op de huidige plaatsen te handhaven. Welzijn In oktober 2001 is het project Ouderenadviseur van start gegaan. Het project loopt tot oktober 2004. Doelstelling: het signaleren van knelpunten op het terrein van wonen, zorg, welzijn, sociale contacten, eenzaamheidsbestrijding en financiën. Verder het geven van voorlichting, advies en aandacht aan kwetsbare ouderen. Het
onafhankelijk functioneren van de ouderenadviseur moet gewaarborgd worden. Bint kan op dit moment niet akkoord gaan met het voortzetten van het project ouderenadviseur. Er zijn op dit moment te veel onduidelijkheden. Indien de ouderenadviseur ondergebracht blijft bij Zorg en Welzijn, hoe groot is dan de bijdrage van Zorg en Welzijn aan het project ouderenadviseur.
Alvorens hierover meer duidelijkheid is gegeven, kan BINT niet akkoord
gaan met de gevraagde Eventueel zal een motie hierover worden ingediend. BINT kiest ervoor geen verdere investeringen te doen in het basketbalveldje achter de CSG WvO. Dat betekent dat sluiting of verplaatsing niet aan de orde zijn. Een uitgebreide motivatie voor ons standpunt zal worden verwoord tijdens de behandeling van dit onderwerp als apart agendapunt. In de perspectiefnota is voor het Streekmuseum een bedrag van € 22.000 opgenomen voor de jaren 2005 t/m 2008. Ook al staat dat Streekmuseum in Heinenoord in de gemeente Binnenmaas, wij willen desondanks instemmen met de bijdrage van de gemeente Oud-Beijerland, indien daardoor ook de zekerheid wordt verkregen, dat het museum open blijft. Het uitgaansleven in Oud-Beijerland is al jaren een bron van zorg door overlast, geweld en vernielingen. In de Kwaliteitskring aanpak centrumoverlast worden acties ondernomen om die overlast terug te dringen. Van belang is het overleg tussen alle betrokkenen, gemeente, horeca, politie en bewoners. Het overleg moet niet alleen gericht zijn op onderling begrip, maar er moeten ook bindende afspraken worden gemaakt. Daarbij is het niet nodig om allerlei kostbare onderzoeken te laten verrichten door adviesbureaus, maar moet gebruik worden gemaakt van de recente algemeen geldende onderzoeken, waarin concrete aanwijzingen staan hoe de overlast kan worden teruggedrongen. Het is geen zaak om opnieuw het wiel uit te vinden. Zuid-Holland Zuid en de Hoeksche Waard Wij zijn blij dat men ook in het samenwerkingsverband ZHZ nu druk doende is om de structuur en het bestuur te veranderen. Al lange tijd hebben wij gewezen op het hoge bureaucratische gehalte van ZHZ en de semi-bestuurslaag die in stand werd gehouden door de fractievorming, waardoor belangen van de gemeente in het gedrang konden komen. Wij wachten de veranderingen met belangstelling af. Omtrent de ARHI-procedure moet de provincie nog steeds het besluit nemen of de zes gemeenten in de Hoeksche Waard worden samengevoegd tot één of twee gemeenten of alles laten zoals het is. Deze sluimerende herindeling kan niet meer los worden gezien van de door de provincie beoogde herinrichting. Na langdurige onderhandelingen is er een convenant gesloten tussen de Provincie Zuid-Holland en de zes gemeenten in de Hoeksche Waard. De voornaamste afspraken daarin zijn dat voor de periode tot 2010: - de provincie afziet van de (gedeeltelijke) verhuizing van de grootschalige kassenbouw vanuit het Westland. - e verspreid liggende glastuinbouwbedrijven in de Hoeksche Waard worden geconcentreerd op 50 hectare netto op een nader te bepalen locatie in de gemeente Cromstrijen. - een bedrijventerrein van 180 hectare netto stapsgewijs zal worden gerealiseerd in de noordrand tussen de A29 en Puttershoek in de gemeente Binnenmaas. Een goede landschappelijke inpassing is daarbij een voorwaarde. - de woningbouwmogelijkheden worden verruimd door het principe van de “woningcontingenten” (maximaal te bouwen woningen per jaar) te vervangen door de systematiek van “bebouwingscontouren” (meerjarige uitbreidings-prognose van een woonkern). In combinatie met de bovenregionale functies zal het aantal woningen in de Hoeksche Waard met 4000 tot 5000 kunnen worden uitgebreid. De woningbouw zal hoofdzakelijk worden gerealiseerd in Oud-Beijerland, ’s-Gravendeel en Binnenmaas. - er financiering vanuit de provincie zal plaatsvinden voor meerjarige projecten ter verbetering van de natuur- en recreatieontwikkeling in de Hoeksche Waard - een goede infrastructuur en bereikbaarheid leidend zijn bij de ontwikkelingen. Met als uitgangspunt het Hoeksche Waards Ontwikkelings Plan (HOP) in gedachten lijkt het bovenstaande als onderhandelingsresultaat het best haalbare en zou het op zich een compliment aan de zes gemeenten waard zijn voor hun vasthoudendheid. Toch kunnen wij ons niet aan de indruk onttrekken dat dit convenant vergelijkbaar is met het vastklikken van een resultaat zoals in een clickfonds, waarna weer een nieuwe periode met nieuwe onderhandelingen moet worden ingegaan. Ook ontbreekt de resultaatverplichting van de provincie met betrekking tot de infrastructuur. Tegelijk met het eerste publicaties van de afspraken in de pers verscheen het bericht, dat de provincie een pleidooi deed vóór de aanleg van de A4-Zuid. In de Tweede Kamer zal dat bij de behandeling van de Nota Ruimte aan de orde zijn.
Kijken we vervolgens naar het convenant, dan zien we dat er géén
overeenstemming bestaat tussen de provincie en de gemeenten in de Hoeksche
Waard voor de periode ná 2010. De provincie geeft aan dan nogmaals 130 ha
netto bedrijventerrein in de Hoeksche Waard te willen realiseren. Koppel
dat aan de provinciale wens tot doortrekken van de A4-Zuid, dan zijn we
terug bij het “puntzakscenario”, waarbij het gebied ten zuiden van
Oud-Beijerland tussen de A29 en de toekomstige A4 zal worden volgebouwd
met bedrijventerreinen. Misschien moeten we dan tegelijk constateren, dat die achterliggende beweegreden er ook voor heeft gezorgd, dat de provincie nooit heeft kunnen meegaan met de aanleg van de door BINT gewenste zuidelijke aansluiting op de A29. Het zou ook kunnen betekenen, dat de nu gemaakte kosten voor de doorstromingsmaatregelen N217 (busbaan) en de toekomstige kosten voor de omleiding van de Stougjesdijk onnodig zijn. De aanleg van de bedrijventerreinen en de bouw van de extra woningen zal het financieel perspectief gunstig beïnvloeden, maar het leefbaarheids perspectief drastisch doen verminderen. Vooral het “click-scenario” zou een grove schending van het HOP betekenen. BINT pleit er dan ook voor om het HOP als referentiekader in de uiteindelijke overeenkomst met de provincie op te nemen. Tenslotte willen wij opmerken, dat wij er het volste vertrouwen in hebben, dat het college er in slaagt om de begroting ook de komende jaren sluitend te maken, zonder dat Oud-Beijerland terugzakt in de grijze middelmaat van de benchmarks. Eens in de vier jaar kunt u tijdens de
gemeenteraadsverkiezingen uw stem laten horen
| Home | Copyright
© BINT 2000 - 2004 |