|
Gemeentelijk personeelsbeleid 2 februari 2007 |
||
|
BINT vindt het vanzelfsprekend, dat bij welke gebeurtenis dan ook, aan de politici – in dit geval de raad – wordt gevraagd “hoe zit dit nu?” en “klopt dit wel?”. Bij de beoordeling van het personeelsbeleid van de gemeente zijn de volgende punten van belang: 1) Personeel van de gemeente is in dienst van de gemeente, dan wel het College van B& W; 2) De raad heeft alleen de griffier in dienst; 3) De raad beoordeelt uitsluitend het functioneren van de personen die rechtstreeks voor de raad werken, te weten de griffier en de commissiegriffiers; uiteraard beoordeelt de raad ook het (functioneren van het) College van B&W 4) Het functioneren van ambtenaren wordt door het College van B & W beoordeeld, NIET door de raad; 5) Indien een ambtenaar andere functies vervult, dan waarvoor hij in dienst is, blijft onverlet, dat het functioneren van deze ambtenaar beoordeeld zal worden op de geleverde prestaties in de functie waarvoor deze ambtenaar is aangenomen; 6) Indien uit de beoordeling blijkt, dat de ambtenaar onvoldoende functioneert, kan er een geschil ontstaan; 7) Een geschil tussen werkgever en werknemer kan op verschillende manieren worden opgelost; 8) Wanneer een oplossing van een geschil leidt tot beëindiging van de aanstelling van de betrokken ambtenaar, kan de raad slechts toetsen, of het College van B &W zich heeft gehouden aan de ambtenarenwet en de CAR/UWO (de CAO voor gemeenteambtenaren). In de CAR/UWO staat voorgeschreven dat ‘hoor en wederhoor’ moet plaatsvinden vóór een ontslagbesluit genomen kan worden. Een medewerker heeft het recht zich hierbij te laten ondersteunen door een (juridisch) adviseur. Een medewerker heeft te allen tijde de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen een besluit en om daartegen in beroep te gaan. Uit onderzoek is aan BINT gebleken, dat het bestuur juist heeft gehandeld: 1) Ambtenaren krijgen en hebben gekregen voldoende mogelijkheden tot verweer; 2) Indien de oplossing van een arbeidsgeschil uitmondde in de beëindiging van de aanstelling, is dit steeds afgesloten met een door zowel werkgever als werknemer ondertekende beëindigingovereenkomst;
3) De
kosten die hiermee soms gepaard gaan, zijn niet bovenmatig en gaan niet
uit boven een vergoeding, zoals die in vergelijkbare gevallen door een
rechter worden vastgesteld; deze kosten behoren tot de risico’s van elke
organisatie, waarin sprake is van een arbeidsverhouding. Dat een ontbinding van een aanstelling van een ambtenaar op een correcte manier tot stand is gekomen, wil nog niet zeggen, dat één van de partijen of zelfs beide gelukkig zijn met de beëindiging daarvan. BINT hoopt met het voorgaande de kou (voor zover die nog voorkomt in het huidige veranderende klimaat) uit de lucht te halen, zodat we ons weer kunnen bepalen tot zaken, die voor de nabije toekomst van belang zijn voor Oud-Beijerland en de Hoeksche Waard. Oud-Beijerland, 2 februari 2007 Willem de Jonge, fractievoorzitter
Eens in de vier jaar kunt u tijdens de
gemeenteraadsverkiezingen uw stem laten horen
| Home | Copyright
© BINT 2000 - 2006 |