| Het lokale softdrugsbeleid |
27 februari 2000 |
|||
Al sedert 24 april 1995 hanteert de Gemeente Oud-Beijerland de Cannabisverordening in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) als basis voor de nuloptie t.a.v. softdrugs. Ongeveer tegelijkertijd werd de grote landelijke reorganisatie van de politie uitgevoerd. Oud-Beijerland kwam daardoor structureel met een onderbemand politiekorps te zitten. Intussen werd er dankbaar misbruik gemaakt van het ontstane toezichtsvacuüm en de weigering van het Openbaar Ministerie op te treden tegen de handel in softdrugs. Op straat, bij scholen en in het toenmalige muziekcafé Hakuna Matata aan het Vierwiekenplein werden in toenemende mate softdrugs (en alcohol) verhandeld en gebruikt. De inwoners uitten hun bezorgdheid over deze ontwikkelingen, maar er werd niet door de overheid op gereageerd. In plaats daarvan liet men de zaak doelbewust uit de hand lopen, teneinde een stevige basis voor het landelijke gedoogbeleid te verkrijgen. Begin 1997 werd in zijn nieuwjaarstoespraak de publieke aftrap daartoe verricht door de toenmalige burgemeester Chris Leeuwe (PvdA). De afspraken waren toen allang gemaakt in het driehoeksoverleg (burgemeester, politie en justitie). Daar was ook afgesproken, dat via de politiek en de pers een "reclamecampagne" zou worden gehouden om de inwoners van Oud-Beijerland ervan te overtuigen, dat het gedoogbeleid beter was om de handel en het gebruik van softdrugs te "beheersen". Maar eerst moest ook het wettelijk kader nog geregeld worden, d.w.z. de Cannabisverordening in de APV, waarin de nuloptie was vastgesteld, moest worden aangepast. Dat betekende, dat de politiek een tegengestelde koers moest gaan varen. Veel problemen gaf dat niet; onder leiding van het toenmalige college van VVD, PvdA en CDA wijzigden die partijen hun standpunt 180 graden en konden de inwoners van Oud-Beijerland worden voorbereid op de komst van een gedoogd verkooppunt voor softdrugs. Als volgende barrière, voordat de APV gewijzigd kon worden, moesten nog de procedureel vereiste info- en inspraak- bijeenkomsten worden gehouden. "Een wassen neus", dacht men. De protesten vanuit de inwoners waren echter luid en duidelijk; men wilde geen coffeeshop in het dorp en de inmiddels (door het OM en de politie toegestane) gevestigde verkooppunten moesten dicht! Men vond echter geen gehoor bij de politiek. De ingezette ombuiging van het beleid zou ondanks de protesten toch gewoon doorgaan. In een inderhaast georganiseerde enquête spraken 5200 inwoners zich nogmaals ondubbelzinnig uit tegen de voorgestelde beleidswijziging. Dat grote aantal maakte indruk. De collegepartijen gaven op 22 augustus 1997 te kennen, dat zij hun standpunt wéér 180º hadden bijgesteld en nu weer zouden vasthouden aan de nuloptie, zoals die nog steeds was vastgelegd in de APV. Dat de naderende verkiezingen voor de gemeenteraad daarin een grote rol speelden laat zich raden. Dat de opnieuw radicale koerswijziging van de VVD en de PvdA, als grote voorvechters van een coffeeshop, voor de inwoners niet geloofwaardig was, bleek bij die gemeenteraadsverkiezingen van 4 maart 1998; zij waren de grote verliezers. Na de voor beide partijen desastreus verlopen verkiezingen, draaiden als eerste de VVD (eind 1998) en vervolgens de PvdA (eind 1999) opnieuw 180 graden en kozen zij weer voor het gedoogbeleid, waarmee aangetoond is, dat de eerdere standpuntswijziging van eind augustus 1997, vlak voor de verkiezingen, alleen maar tot doel had de kiezer te misleiden. De onduidelijkheid, besluiteloosheid en misleiding is echter het grootst bij de VVD, die op zijn website voor de VVD - Hoekse Waard weer pleit vóór de nuloptie (27 februari 2000)! Zie ook onder het artikel over voorlichting. Eens in de vier jaar kunt u tijdens de
gemeenteraadsverkiezingen uw stem laten horen en invloed op de politiek uitoefenen.
| Home | |
Tijdens die bijeenkomsten liepen de emoties soms hoog op, vooral toen VVD-fractievoorzitter Lagendijk het woord nam en sommige bewoners terecht wilde wijzen. Ook Geert Jeelof maakte toen gebruik van het inspreekrecht in een poging de politiek te bewegen het beleid niet te wijzigen en de coffeeshops niet toe te staan. "Ik
heb niet de illusie dat alle problemen met de komst van een verkooppunt
zijn opgelost ..." "Dit muisje krijgt nog een staartje" (Gemeenteambtenaar in het Rotterdams Dagblad 2 mei '97) Een actiecomité verzamelde 5200 handtekeningen tégen het beoogde coffeeshopbeleid. Op 4 juli 1997 uitte Geert Jeelof zijn intentie om een plaatselijke politieke partij op te richten, met als speerpunt het softdrugsbeleid. "Het
officieel gedogen van een drugswinkel werkt drempelverlagend en zal het
sofdrugsgebruik alleen maar doen toenemen" Nadat
haar partij samen met de andere coalitiepartijen weer een ommezwaai van
180 graden had gemaakt: "We stonden met onze rug tegen de muur. We
dachten dat we niet anders konden dan toe te stemmen met de komst van een
drugswinkel..."
|