|
Godsdienstles in openbaar onderwijs 19 december 2005 |
|
Op de agenda van de raadsvergadering van 19
december 2005 stond het voorstel tot beëindigen van de subsidie voor het
godsdienst en humanistisch vormingsonderwijs in het openbaar
basis-onderwijs.
"Het
huidige voorstel is conform onze eerdere uitspraken betreffende dit
onderwerp. Die lumpsumregeling voorziet de basisschool van een grote zak met geld, die rechtstreeks van het rijk komt. Scholen voor Primair Onderwijs krijgen daardoor meer keuzevrijheid, maar moeten met ingang van het nieuwe schooljaar ook zelf hun broek ophouden. Zij moeten dus keuzes maken, een begroting opstellen en verantwoording afleggen in het jaarverslag. De bekostiging komt uit de lumpsumregeling. In het voortgezet onderwijs wordt al met deze wijze van bekostiging gewerkt. Wij zijn blij dat aan de inhoudelijke kant ACIS de seculiere status van het openbaar onderwijs onderstreept. Dit heeft wel tot gevolg, dat de school geen verantwoordelijkheid neemt voor de inhoud van de lessen vormingsonderwijs en godsdienst. Wij verbazen ons wel over de vergelijking met het bijzonder onderwijs, waar de godsdienstlessen kennelijk door de eigen leerkrachten worden gegeven. Waarom gebeurt dat niet ook voor het vormingsonderwijs in de openbare school? Is dit niet analoog aan het inhuren van vakleerkrachten gymnastiek, muziek en/of handvaardigheid, die ook uit de eigen formatie worden bekostigd? ACIS geeft in het stuk aan, dat de bekostiging van het levensbeschouwelijk onderwijs elders ligt. Zoals al opgemerkt ligt dat wat ons betreft genuanceerd. Daar waar het vormingsonderwijs voldoet aan artikel 9 van de WPO zal het een integraal onderdeel van het onderwijsaanbod van de school zijn. Wanneer een school het vormingsonderwijs een belangrijk onderdeel van het onderwijsaanbod acht, zal er een bewuste keus gemaakt moeten worden, die gepaard gaat met inpassing in het pedagogische en didactische klimaat (de waarden en normen!) in die school. Dat kan niet zonder er ook verantwoording voor te dragen, inhoudelijk en financieel. Uiteraard geldt dit alleen voor het vormingsonderwijs.
Het
godsdienstonderwijs op de openbare basisschool is facultatief, het
voldoet niet aan het seculiere karakter van de openbare school en is
sterk mono-religieus getint. Wat BINT betreft liggen de zaken heel duidelijk: in het nieuwe bekostigingssysteem van lumpsum neemt de school zijn eigen verantwoordelijkheid en maakt de keuzes die passen in de onderwijsvisie. Na de organisatorische verzelfstandiging van het openbaar basisonderwijs is dit een verder stapje in de financiële verzelfstandiging." Een
amendement van de SGP, waarin werd aangedrongen op de handhaving van de
gemeentelijke subsidie vanwege het belang van de godsdienst- en
vormingslessen voor de waarden en normen voor de jeugd werd door de
coalitie niet gesteund. BINT legt de nadruk op de eigen keuze en verantwoordelijkheid van de openbare basisschool om al dan niet godsdienst- en/of vormingsonderwijs aan te bieden, onderbouwd door een onderwijsvisie, gesteund door een pedagogisch en didactisch klimaat en bekostigd vanuit de lumpsumregeling of facultatief door de ouders.
Eens in de vier jaar kunt u tijdens de
gemeenteraadsverkiezingen uw stem laten horen
| Home | Copyright
© BINT 2000 - 2006 |