| Evaluatie nulbeleid verkoop softdrugs |
maandag 11 februari 2002 |
|||
|
Opzet Wij
vonden en vinden nog steeds, dat niet het nulbeleid, zoals wettelijk
geregeld in de Opiumwet en nogmaals is verwoord in de plaatselijke
Cannabisverordening, maar juist het illegale gedoogbeleid moest worden geëvalueerd.
De uitgevoerde evaluatie stelt ons echter in de gelegenheid een aantal constateringen nogmaals nadrukkelijk naar voren te brengen. Dan
over de conclusies die uit het rapport getrokken zouden kunnen worden. Een
regionale krant vat alles samen in twee zinnen. De kop luidt: Drugshandel
niet toegenomen. Dat verrast
ons niets, evenmin wanneer de kop anders was geweest: Drugshandel wèl
toegenomen. De ondertitel in de krant legt het uit: Effect sluiting
coffeeshops in Oud-Beijerland laat zich moeilijk meten. Zo staat het ook
in het rapport. Nulmeting De
zin in het rapport – dat het niet gelukt is de softdrugs uit
Oud-Beijerland te bannen – doet ons hoofdschudden; het is toch wel wat
naïef om te veronderstellen, dat dat een haalbaar doel zou zijn. Dat lukt
immers met snelheidsovertredingen, diefstal en moord ook niet. Verleden
jaar hebben wij al aangegeven, dat wij ons hoofdzakelijk zullen richten op
de handhaving. Het
rapport is door het ontbreken van voldoende en relevante betrouwbare
gegevens beknopt, maar geeft wel verwijzingen naar de verschillende actoren
en factoren, die wij zelf verder zullen beschouwen. De
actoren. Allereerst
hebben wij te maken met de handhavers. De
burgemeester
hebben wij al gecomplimenteerd voor zijn deel: het bestuursrechtelijk
sluiten van beide coffeeshops en de vasthoudendheid in alle volgende
rechtzaken, waarbij de gemeente telkens rechterlijke instemming heeft
verkregen. De
politie
is rechtstreeks belast met de handhaving. Verder
vinden wij het op zijn zachtst gezegd bijzonder misleidend, wanneer een
politievoorlichter met grote letters in de krant van 12 februari 2001
vermeldt, dat de drugshandel en overlast op straat in Oud-Beijerland bijna
verdubbeld zijn tengevolge van de sluiting van de twee coffeeshops. Nog
opvallender en bedenkelijker wordt het, wanneer hij dat zelfs met cijfers
illustreert: 57 (evaluatie noemt 11) meldingen in 1999 en zelfs 98 (evaluatie
noemt 21) meldingen in 2000. Cijfers die toen voor de gemeenteraad bij de
behandeling van de politierapporten niet eens bestonden! Deze grote
blunder kan niet worden afgedaan als een foutje van één
politiemedewerker, aangezien het betreffende krantenartikel ook nog eens
wordt vermeld in de Managementrapportage 2001/1 van de politie. In de
evaluatie en alle politierapporten wordt verder voorbijgegaan aan de
structurele beïnvloeding van de cijfers vanuit de drugsdealer en het
junkiekamp die openlijk verklaard hadden op straat verder te gaan met de
verkoop van drugs, zodra de laatste coffeeshop zou zijn gesloten. Nergens
blijkt uit de evaluatie, dat de spaarzame gegevens van drugsgerelateerde
meldingen zijn gecontroleerd op betrouwbaarheid. Vervolgens willen wij er
nog op wijzen, dat wijzelf als partij persoonlijk en via onze website na
de sluiting van de coffeeshops een oproep hebben gedaan aan de inwoners
van Oud-Beijerland om alle drugsoverlast en waargenomen drugstransacties
zoveel mogelijk te melden bij de politie, in een poging om de handhavers
in beweging te krijgen. Overigens hebben wij begrip voor de overweging van
de politie, dat het weinig zin heeft drugdealers op te pakken, wanneer het
Openbaar Ministerie ze onmiddellijk weer in vrijheid stelt. Het
Openbaar Ministerie heeft
zich gekenmerkt door minachting voor de besluiten van de gemeenteraad van
Oud-Beijerland; heeft een eigen interpretatie van de juiste uitvoering van
de wet en legt zelfs een arrest van de Hoge Raad op eigen wijze uit. In de
brief van 10 mei 2000 in een reactie van het OM op de moties van 25 april
2000 van de gemeenteraad van Oud-Beijerland krijgt de minachting gestalte,
waar het OM zegt dat het wel kan vervolgen, maar dat het arrest van
de Hoge Raad niet betekent, dat het OM ook moet vervolgen.
Haar rol in het Integraal Veiligheidsbeleid, waarbij de minister
aangeeft, dat er een samenhangende aanpak van burgers, gemeente en
overheidsinstanties moet zijn, waarbij de regierol bij de gemeente ligt,
wordt door het OM alleen naar eigen goeddunken ingevuld. Het OM geeft aan,
dat van enige invloed op het functioneren van het OM door de gemeente geen
sprake kan zijn, waarmede het landelijke Integraal Veiligheidsbeleid
straffeloos onderuit gehaald wordt. De
drugsdealer als
anti-actor had zoveel vertrouwen in een voor hem goede afloop, dat hij een
aanzienlijk deel van zijn drugsinkomsten besteedde aan advocaten, die ook
niet vies waren van drugsgeld en wel de gerechtelijke procedures met de
gemeente zouden aanspannen. Intussen had hij zoveel praatjes over
drugsvoorlichting en zijn afkeer van harddrugs, dat hij bijna als een
maatschappelijk werker in de pers werd afgeschilderd. Zijn betrokkenheid
en connecties bij de wereld van harddrugs waren ons allang duidelijk. Niet echter voor een aantal raadsfracties van de oppositie (VVD en PvdA), getrouwe volgers van de oogkleppen-doctrine (beetje dom), die zich door de drugsdealer lieten "voorlichten" in het gemeentehuis en daar nog prat op gingen ook. Juist de zwalkende houding van een aantal partijen in de raad gaf de drugsdealer voeding en vertrouwen om in zijn pogingen te volharden. Die partijen hadden zelf in 1995 de basis gelegd voor het huidige gemeentelijk nulbeleid. Daarna vertoonden zij in het zicht van de verkiezingen een draaideurbeleid, waarbij zij uiteindelijk op straat bleven staan. BINT en de overige coalitiepartijen hebben niets anders gedaan dan het beleid uitgevoerd. D66
was tot op heden als collegepartij solidair met het nulbeleid, maar met de
verkiezingen in zicht en met alle slechte landelijke voorspellingen in
gedachten, wordt kennelijk een poging gedaan om dan maar wat kiezers uit
het blowersvolkje aan zich te binden. De
drugsdealer zal hieruit weer nieuwe hoop en moed putten, want had hij niet
in de hoorzitting van 21 november 2000 de hoop en de verwachting
uitgesproken, dat binnenkort de politieke verhoudingen anders zouden komen
te liggen? Laat
het dan voor een ieder duidelijk zijn: Dat
standpunt is nooit ter discussie geweest en is dankzij of ondanks deze
evaluatie alleen nog maar steviger bevestigd. De
factoren Wanneer
men de onderliggende stukken bij de evaluatie en rapporten van het
Ministerie van Justitie goed leest, kan men eigenlijk niet tot een andere
conclusie komen: -
Van
een landelijk beleid is sowieso al geen sprake: 81 % van de gemeenten
hanteert het nulbeleid. -
Van
een regulering van de achterdeurproblematiek kan en zal geen sprake zijn;
dat wordt in de Voortgangsrapportage 1999-2001 van het Ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport zonder omwegen duidelijk gemaakt. -
Duidelijk
is tevens, dat men er niet in is geslaagd het aantal illegale
verkooppunten blijvend te verminderen. Alle beloften van streng optreden
tegen "illegale" verkooppunten blijken niet waar gemaakt te
worden. -
De
handhavingscriteria, AHOJG, bleken boterzacht: ook daar werd weer een
gedoogbeleid en een prioritering op los gelaten. -
Specialisten
hadden al eerder gewezen op het gestegen THC-gehalte, waardoor de
veronderstelde softdrugs meer en meer geklasseerd kunnen worden als
harddrugs. Het Voortgangsrapport bevestigt dit: meer dan een verdubbeling
vergeleken met de oorspronkelijke wiet. -
Het
rapport maakt melding van de forse productie van cannabis en XTC, waarmee
ons land zich schaart in het rijtje dubieuze drugsproducerende landen. - De affichering en verkoop van drugs via het internet heeft in ons land een enorme vlucht genomen en de resultaten van een onderzoek worden binnenkort verwacht. -
De verkoop aan jongeren onder de 18 wordt door het instellen van gedoogde
verkooppunten niet voorkomen. Dat
het niet alleen BINT is opgevallen, dat er geen of onbetrouwbare cijfers
door politie en justitie worden verstrekt, blijkt eveneens uit het
Voortgangsrapport (blz. 13). Voorlichting
zal een belangrijk onderdeel van drugspreventie moeten zijn, maar dan moet
er ook duidelijkheid zijn. Het
OM zal moeten worden gedwongen haar taak naar behoren en volgens de wet
uit te voeren. Tot nu toe is nog geen minister daar in geslaagd. Door het
falen van het OM staat de rechtstaat op het randje van de afgrond.
Eens in de vier jaar kunt u tijdens de
gemeenteraadsverkiezingen uw stem laten horen en invloed op de politiek uitoefenen.
| Home | |
Precies een jaar geleden had BINT al grote vraagtekens gezet bij de opzet van de evaluatie. Zie: BINT wees als enige partij toen op het ontbreken van voldoende en betrouwbare gegevens en waarschuwde voor een hoge mate van subjectiviteit en "natte-vinger" onderzoek. Het kan
dan ook ronduit
Tijdens de vergadering bleek ook hoe slecht de raadsleden van die partijen zich hebben geïnformeerd. De rapporten van het Ministerie van Justitie en het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving, waarnaar werd verwezen, waren hen onbekend. Als
trouwe volgers van de Ook D66
heeft zich nu in Wij menen dat daarmee een verkeerd signaal wordt afgegeven naar de jeugd. Verder voedt die houding allerlei drugscriminelen en spoort hen aan om met hun criminele activiteiten door te gaan. Laat het dan voor een ieder duidelijk zijn: Elke
stem voor de Zij zullen wanneer zij de kans krijgen de verkoop van drugs weer in een publiekelijk toegankelijke ruimte mogelijk maken. Allerlei beloften over strenge controle en toezicht op de AHOJG-criteria kunnen zij niet nakomen.
Lees ook de eerdere bladzijden van de drugspagina's.
|