Drugs een economische factor  

12 april 2004

 

De discussie over het gedoogbeleid voor softdrugs is weer losgebarsten. Onderzoeken in verscheidene landen hebben al jaren geleden aangetoond, dat softdrugs wel degelijk het risico van een verhoogde kans van psychose en schizofrenie met zich meebrengen.
Ook al jaren wordt er gewezen op de verhoging van het THC-gehalte - de werkzame stof in cannabisproducten -  in de veredelde nederwiet, die daardoor de status van harddrug bereikt.
Hier op het Binternet hebben wij daar in februari 2002 al melding van gemaakt.

Ook het gerenommeerde Trimbosinstituut was toen al op de hoogte van de ontwikkelingen en de onderzoeken, maar de paarse politiek wilde er destijds niet aan. Het gedoogbeleid voor softdrugs is immers een politiek stokpaardje en een exportproduct. Hoe de rest van Europa en de wereld er ook tegenaan kijkt of er kritiek op heeft, hier in Nederland houden we vol, dat zij het allemaal verkeerd zien.
Een onbevooroordeeld toeschouwer zou in het Nederlandse beleid ongetwijfeld de sporen en de gevolgen van een verhoogd THC-gehalte kunnen herkennen.

De huidige regering en daarvan vooral het CDA wil het gedogen van"soft"drugs meer aan banden leggen, in tegenstelling tot de VVD, die het huidige gedoogbeleid wil voortzetten en D66, die zelfs totale legalisering nastreeft.
Ook de oppositiepartijen PvdA, SP en GroenLinks willen de softdrugs uit het strafboek halen.

Toch zitten er wat twijfels bij D66 en de PvdA, want als de veredelde Nederlandse nederwiet inderdaad een gezondheidsrisico vormt, dan willen zij wel overgaan tot beperkende maatregelen. Die denken zij dan te vinden in het oprichten en in stand houden van een enorm ambtelijk apparaat met keurmerken, gecertificeerde kweek, kwaliteitscontroles op THC-gehalte,  vergunningen, plaatselijke beperkingen, enz.
Men kan zich terecht afvragen of dat beleid van gecontroleerde kweek en verkoop überhaupt haalbaar en gewenst is. Het gevolg zal immers zijn dat de sterkere wiet natuurlijk ergens anders wordt verhandeld.

Hoe verloopt de controle op het huidige gedoogbeleid eigenlijk? De controle op de AHOJG-criteria voor coffeeshops is een lachertje. Praktisch zou men kunnen zeggen, dat softdrugs ofschoon nog steeds bij wet verboden, op dit moment bijna "legaal" zijn. Bekend zijn de problemen met de aanvoer van softdrugs naar de coffeeshops, de zg. achterdeur.
De softdrugs mogen in kleine hoeveelheden verkocht worden, maar niet in grotere hoeveelheden gekweekt en aangevoerd.
Regelmatig kunnen wij lezen van het oprollen van hennepkwekerijen in kassen, woonwagenkampen, schuren, kelders, zolders en zelfs de kleinste kamertjes in woonwijken. Het is een lucratieve bezigheid, ondanks het feit dat het spul vrijwel overal te krijgen is. Hoe komt het dan dat met zo'n verzadigde markt er zoveel geld is te verdienen met deze handel?
Het antwoord is eenvoudig: het grootste deel van de nederwiet is bestemd voor de buitenlandse markt.
Nederland is Narcoland nr. 1 in Europa wat betreft cannabis en XTC.

De productie en verkoop van deze drugs vormen een economische factor van belang. Niet vergeten moet worden, dat ook nog allerlei facilitaire bedrijven (lampen, techniek) wel varen bij de drugshandel.
De gemeenteraad van Amsterdam sprak zich uit voor legaliseren van softdrugs. Geen wonder!
Volgens de Nationale Drugs Monitor zijn er in Amsterdam  270 coffeeshops, dat is 35% van ALLE coffeeshops in Nederland. Waarschijnlijk meer dan er bakkers en groenteboeren in de stad zijn!
Kwamen de meeste toeristen vroeger naar Amsterdam voor de stad en de cultuur, nu zijn de coffeeshops de belangrijkste trekpleisters en leveren deze "trippende" toeristen ook de stad veel geld op.

Het Nederlandse gedoogbeleid is ooit in het leven geroepen en naar het buitenland verdedigd om redenen van volksgezondheid: het scheiden van softdrugs en harddrugs.
Als nu uit onderzoeken en praktijkervaring blijkt dat dat beleid heeft gefaald, waarom wordt er dan zo halsstarrig vastgehouden aan verkeerd beleid?

Misschien moet er ook eens gekeken worden naar de integriteit en het eventuele eigenbelang bij politici.
Welke belangen spelen er op het persoonlijke vlak, wanneer  internationale onderzoeksresultaten lijnrecht tegenover een politieke keuze staan?
Zijn of waren de heren en dames politici zelf gebruiker of anderszins betrokken bij de handel in (soft)drugs?

Verkeert ons land misschien al veel te lang in een psychedelische trip en is het niet hoog tijd om af te kicken?

Geert Jeelof
Fractievoorzitter

           

Terug naar boven


Eens in de vier jaar kunt u tijdens de gemeenteraadsverkiezingen uw stem laten horen en invloed op de politiek uitoefenen.
U kunt tijdens die vier jaar ook voortdurend actief deelnemen aan de besluitvorming in ons dorp.

Klik hier voor uw vragen of opmerkingen
Wilt u actief deelnemen aan de discussie en/of de besluitvorming?
Stuur dan een e-mailtje of bel een BINT-raadslid.
 

 


| Home |

 


   Landelijk wordt veel geld besteed aan een anti-roken campagne.
Wat is dan de logica achter het gedogen of zelfs legaliseren van een middel dat minstens twee maal zo erg is?

 ********FLITSEN********

Wat zijn de AHOJG criteria van het landelijk gedoogbeleid voor softdrugs? 

In een gedoogde coffeeshop:

A = er mag niet worden geAfficheerd

H = er mogen geen Harddrugs aanwezig zijn of worden verkocht

O = er mag geen Overlast worden veroorzaakt 

J = er mogen geen drugs aan Jongeren beneden de 18 jaar worden verkocht

G = er mogen geen Grote hoeveelheden per klant worden verkocht (maximaal 5 gram)

De voorraadlimiet voor de coffeeshop bedraagt 500 gram
 

 

 Uit de
Nationale Drugs Monitor 2003:

Gemiddelde THC-gehaltes
Nederwiet 15%
Buitenlandse wiet 7%
Nederhasj 33%
Buitenlandse hasj 18%

 

De GG&GD Amsterdam houdt op de Centrale Post Ambulance-vervoer het aantal aanvragen bij voor spoedeisende hulp wegens druggebruik.

• In 2002 werd 485 keer een incident vanwege partydrugs geregistreerd. Dat is 1,8 procent van alle spoedeisende aanvragen in Amsterdam.

• In 285 gevallen (59%) speelde de consumptie van cannabis een rol. Dat is ongeveer even vaak als in 2001 maar een verdubbeling ten opzichte van de jaren 1998 tot en met 2000.

• Ruim de helft (52%) van de alarmmeldingen wegens cannabis had betrekking op buitenlanders, van wie bijna de helft (45%) afkomstig was uit het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Eenderde (36%) was Nederlander en van twaalf procent was de herkomst onbekend.

• Vier op de tien gebruikers (40%) werd vervoerd naar eerstehulp-posten van ziekenhuizen. De rest kon ter plaatse worden behandeld.

 

Jongeren en jonge volwassenen
Gebruik van cannabis concentreert zich in de jongere leeftijdgroepen.

Volgens de beschikbare cijfers varieert het percentage recente gebruikers van cannabis van
1 procent in Zweden tot
bijna 20 procent in Engeland en Wales.

Zweden hanteert een streng cannabisbeleid.

Groot-Brittannië heeft een
minder streng beleid.

 

 


Copyright © BINT 2000 - 2004
Overname met bronvermelding
toegestaan.
webmaster@binternet.nl

NedStat